“Mijn grootvader en mijn vader ploegden hun akkers, zoals quasi alle boeren in de regio,” begint Jonas zijn verhaal. “Via mijn stage zag ik dat je ook op andere manieren aan bodembewerking kan doen. Niet-kerende bodembewerking verstoort minder het bodemleven. Dat vond ik meteen zeer interessant. In 2019 ben ik dat principe stap voor stap beginnen toepassen op ons eigen bedrijf.”
Na nog meer verdieping tijdens een tweede stage kocht Jonas een nieuwe cultivator om nog betere resultaten te bereiken. Twee jaar na de eerste try-outs bewerkten ze al hun velden niet-kerend. “In het begin leer je veel bij over wat en hoe alles werkt, en kan je met eenvoudige machines werken, die je al hebt,” vertelt hij. “Maar gaandeweg ontdek je dat je je werk op de akker kan verbeteren met nieuwe machines. Zo konden we met de nieuwe snijcultivator meer oppervlakte bewerken. En een paar jaar geleden kochten we een diepwoeler omdat we op deze manier de diepte van de bodembewerking beter kunnen afstemmen op wat de bodem nodig heeft.”
“Op korte termijn werd de meerwaarde voor de bodem al zichtbaar.”
Omdat de visie achter deze aanpak voor Jonas zo belangrijk is, vindt hij het niet moeilijk om deze nieuwe weg vol te houden. “Ik wilde dit systeem waarbij we sterk uitgaan een goede bodemzorg steeds beter beheersen. Op korte termijn werd de meerwaarde voor de bodem al zichtbaar. Zo zagen mijn ouders ook met eigen ogen de resultaten.”
Het was gelukkig niet moeilijk om Jonas’ ouders mee te krijgen in dit verhaal, omdat hij op kleine schaal begon en telkens stap voor stap heeft gewerkt. “Uiteraard maak je fouten en vallen sommige zaken tegen, maar dat beschouw ik telkens als een uitdaging om te zoeken naar verbeterpunten.”

De rol van bodembedekking en groenbemesters
Voor sterke, gezonde gewassen is een sterk en gezond bodemleven cruciaal. Dat bekom je met (een diversiteit aan) groenbemesters en de juiste mesttoevoer. De bodem zelf bewerk je zo weinig mogelijk. Het bodemleven vaart wel bij een (permanente) bedekking en bij voorkeur een grote mengeling van diverse soorten.
“Ik gebruik mengsels van een twaalftal soorten,” licht Jonas toe. “Elke plant draagt immers bij tot een diversiteit van sporenelementen of micro-elementen. Zo maakt Phacelia calcium en fosfaat beschikbaar en verbetert het de bodemstructuur. Cichorei levert dan weer kobalt, wat belangrijk is voor de vorming van vitamine B12 in de koe of de bodem.”
Door het minder bewerken van je bodem en het inzetten van deze diverse kruidenmengsels als groenbemesters zie je de bodem verbeteren: hij slibt minder dicht en de bodem wordt makkelijker bewerkbaar. “Je perceel ligt veel gelijker zodat je steeds beter kan maaien en ondiep kan bewerken. En je gewassen zien er goed uit en zijn gezond.”
Het belang van plannen, netwerken, durven en vertrouwen
Het gebruik van externe inputs zoals kunstmeststoffen of pesticiden is al flink gedaald op het bedrijf van Jonas. Maar natuurlijk kwamen er soms uitdagingen op zijn pad. Zo ervaarde Jonas bijvoorbeeld een hele hoge onkruiddruk in de beginjaren van zijn nieuwe werking. “Dan ben ik gaan zoeken hoe we dat konden terugdringen. Je leert snel dat je een goede planning moet maken. Je bent eigenlijk het hele jaar door bezig met voorbereidingen - waardoor je op het moment van zaaien of planten vlot kan schakelen. De rol van de groenbemesters wordt steeds groter: ik laat ze langer staan, tot in het voorjaar, en vernietig mijn groenbemesters pas net voor ik ga zaaien. Het heeft een paar jaar geduurd voor ik dat aandurfde, aanvankelijk liet ik mijn groenbemesters kapotvriezen in de winter.”
“Je bent eigenlijk het hele jaar door bezig met voorbereidingen - waardoor je op het moment van zaaien of planten vlot kan schakelen.”
Ook strakke regelgeving die niet voorzien is op alternatieve landbouwpraktijken werkt belemmerend, vertelt Jonas. “Het tijdsschema voor bemesting houdt bijvoorbeeld geen rekening met groenbedekkers die nog steeds op je akkers staan in het voorjaar. Of je moet mest inwerken, terwijl je beter je mest op je bodem laat zoals op graslanden. Het is jammer dat er zo weinig flexibiliteit is vanuit de overheid, want het zou boeren die niet-kerend werken, helpen om hun bodemgezondheid nog meer te verbeteren.”
Wat Jonas niet had verwacht, was een uitdaging van een heel andere aard. “Door ‘anders’ te gaan boeren kan je plots geen ervaringen of tips meer uitwisselen met de boeren uit je omgeving,” vertelt hij. “Dan voel je je alleen en soms ook erg onzeker. Je laten omringen door collega boeren met gelijkaardige ervaringen is een must om het vol te houden en om stappen vooruit te zetten. Ik heb het geluk dat ik veel bijleer via mijn adviseur en dat ik ondertussen kan uitwisselen met collega-boeren in verschillende (lerende) netwerken. Zo stuur ik steeds bij en zet ik verdere stappen richting een gezonde bodem.”
“Door ‘anders’ te gaan boeren kan je plots niet meer uitwisselen met de boeren uit je omgeving. Je laten omringen door collega boeren met gelijkaardige ervaringen is een must.”
Een moeilijke uitdaging blijkt van economische aard te zijn. “De verminderde externe inputs hebben nauwelijks een verschil gemaakt in mijn opbrengst. En ik bespaar natuurlijk, omdat ik minder moet uitgeven aan kunstmeststoffen en pesticides," legt Jonas uit. "Maar als ik nog verdere stappen richting biologische landbouw wil zetten, loop ik wel risico om een opbrengstvermindering te zien. Terwijl ik dan vooralsnog geen meerprijs krijg voor mijn gezonde producten die geteeld zijn met minder belasting voor de natuur.” In tegenstelling tot gecertifieerde biologische landbouw, krijg je geen meerprijs of andere financiële incentives als je werkt volgens principes van regeneratieve of agro-ecologische landbouw. Ookal is dat interessant voor de biodiversiteit, voor de bodem én het water.
“Het is ook een kwestie van durven en van vertrouwen,” gaat Jonas verder. “Vertrouwen dat je met minder kunstmeststof toch een mooie opbrengst haalt. We zijn op ons bedrijf nu ook bezig met het inzetten van meer dierlijke mest ter vervanging van een deel van de kunstmeststoffen. Op de groenbedekkers is dat perfect mogelijk. Als het lukt zou ik graag richting biologische landbouw evolueren. Dat is nog een mooie uitdaging…”

een uitgemaakte zaak
Het is voor Jonas en voor iedereen in het bedrijf heel prettig om te zien hoe hun inspanningen vruchten hebben afgeworpen. “Het is voor mij een uitgemaakte zaak dat ik niet wil terugkeren naar het gebruik van de ploeg. Zelfs de moeilijke percelen, diegene onder de seizoenspacht, zijn we niet-kerend gaan bewerken, en we zien dat het resultaat goed is. Deze aanpak geeft me bovendien meer rust, omdat je de vele arbeidsuren op grote piekmomenten, zoals de zaaitijd, meer verspreidt over het jaar.”
“Deze aanpak geeft me rust. De vele arbeidsuren op piekmomenten worden meer verspreid over het jaar.”
Voor boeren die nog aan het begin staan of nog twijfelen om de weg van niet-kerende bodembewerking in te slaan, adviseert Jonas sowieso om je goed te omringen. “Niet-kerende bodemwerking is veel meer dan de ploeg achterwege laten. Het vraagt een uitgekiende planning en veel proberen en bijsturen. Naast een netwerk van collega-boeren is ook professioneel advies op maat van je bedrijf een enorme steun.”
“Kies voor eenvoud en een goede basis met relatief eenvoudige, moderne machines, bijvoorbeeld die wel gps-gestuurd zijn,” gaat hij verder. “Alle hoogtechnologische apparatuur heb je niet nodig om gezonde, robuuste gewassen te telen en kan je beter later kopen als je de nieuwe aanpak goed onder de knie hebt.”
In het kader van het demoproject Jonge boeren, levende grond, brachten we met een 40-tal deelnemers een bezoek aan het bedrijf van Jonas en zijn familie. Hier lees je het verslag van dit boeiende bezoek.
Meer weten over het bedrijf van Jonas Lemaire: Lekker van bij Ons of Instagram
Met portretten uit de agro-ecologische beweging toont Voedsel Anders wat mogelijk is. Je vindt alle portretten hier.