Dé boerin bestaat niet

Artikel doelgroep
Publicatiedatum
Afbeelding
Afbeelding
Boerinnen Julie, Heleen, Corazon en Merel
Inleiding

Met z’n vieren zitten ze rond de tafel, op een plek die voor elk van hen bekend terrein is: de Landpoort, thuisbasis van de beroepsopleiding biologische en biodynamische landbouw van Landwijzer. Voor Julie, Merel, Corazon en Heleen begon hier ooit het leven als boerin.

De Verenigde Naties riepen 2026 uit tot Year of the Woman Farmer. Een symbolisch jaar, maar wat betekent dat vandaag, hier? Bestaat er zoiets als boerin? Of tonen de verhalen vooral hoe divers en gelaagd het boerenleven is wanneer je het door een vrouwelijke lens bekijkt?

wie zit rond de tafel?

Julie bouwde vanuit een vzw rond gezond eten aan wat vandaag Zilt en Zoet is: een experimentele boerderij die binnenkort een nieuw hoofdstuk start in Ekeren. Heleen groeide met ’t Schaaphof van twee naar vier hectare, verdubbelde het bedrijf bewust om ruimte te maken voor een derde boerin en meer evenwicht. Merel combineert haar bloemenbedrijf Weder met een kunstenaarsresidentie en een netwerk van bloemenboerinnen waarin zorg voor elkaar expliciet benoemd wordt. Corazon runt met Grondsmaak al veertien seizoenen een CSA-boerderij voor 130 gezinnen en stond mee aan de wieg van het CSA-netwerk in Vlaanderen.

 

Merel met een boeket bloemen van weder
Boerin Merel met eigen gekweekte bloemen 
© weder
 

Het belang van Community en een pleidooi voor zachtheid

Wat meteen opvalt: niemand rond de tafel boert alleen. Elk bedrijf blijkt een mini-netwerk op zich, gedragen door partners, collega-boeren, plukkaarters, deelnemers en gezinnen. Boeren is hier nooit een solo-bezigheid, maar ingebed in relaties. Community is geen randverhaal, het is een voorwaarde om te kunnen volhouden.

"De community rond mijn boerderij is cruciaal," benadrukt ook Merel, van weder. "Stel dat ik ziek word of een tijd uitval, dan denk ik spontaan: ja, wat dan met de boerderij? En dan zijn er aandeelhouders en plukkers die mij echt van repliek dienen en zeggen. ‘Ja Merel, dan is het een jaar zonnebloemen en dahlia’s en dan gaan wij wel maken dat die verkocht geraken.’"

Hun bedrijven verschillen sterk, maar de onderliggende vragen raken aan dezelfde spanningen. Wat is goed boeren? Is dat de goedkoopste zijn? De efficiëntste? Of zit goed boeren net in wat niet of nauwelijks meetelt in klassieke economische modellen: zorg, samenwerking, bodemopbouw, gemeenschapsvorming?

Julie op het veld van Zilt & Zoet
Boerin Julie aan het werk op het veld
© Zilt & Zoet

"Ik zou een pleidooi voor zachtheid willen voeren, naar klanten én naar collega’s. En de wens om te durven en kunnen onafhankelijk zijn en tegelijk dingen samendoen," vertelt Julie, van Zilt & Zoet. "Die combinatie zie ik tot nu toe vooral veel vrouwen doen."

 

Het onzichtbare en onbetaalde werk naast het veld

In het CSA-netwerk, dat in zijn oorsprong sterk vrouwelijk was en dat vandaag nog steeds is, groeit bezorgdheid over prijszetting. “Prijzen indexeer je niet alleen voor jezelf,” klinkt het. “Dat doe je uit solidariteit met collega’s en met de sector.” Wanneer die hefboom verdwijnt, dreigt niet alleen interne concurrentie, maar ook een uitholling van het model zelf. Wat houdt grote spelers dan nog tegen om het label over te nemen zonder de solidariteit erachter?

Corazon op het veld van Grondsmaak
Boerin Corazon aan het werk op het veld © Grondsmaak

Goed boeren gaat immers ook over werken aan de onderstroom: alles wat leeft naast, tussen en rond het veld. Het organiseren van midwinter en midzomer op het veld, mensen opnieuw leren om met onbekende groenten te koken, kunst en natuur integreren in je boerderij, een historische boerderij in haar volle glorie laten stralen en ga zo maar door. “We willen dat het meer is voor de mensen dan: ge komt, ge plukt en ge gaat naar huis.” Dat zorgende en verzorgende werk is vaak onbetaald, nauwelijks zichtbaar en wordt nog steeds vooral door vrouwen gedragen. Iedereen profiteert ervan, maar zelden wordt het erkend of gevaloriseerd.

"Als boerin mag je trots zijn en in je kracht staan. Het vergelijken met collega's tot op zekere hoogte is oké, maar het mag wel ergens stoppen," vindt Corazon, van Grondsmaak. "De diversiteit moeten we net vieren en koesteren in plaats van het steeds als concurrentie te ervaren en de druk van het financiële te laten spelen."

"Ik vraag me echt af of ze dat ook aan mannelijke boeren durven vragen of zeggen.”

Die spanning loopt parallel met hoe vrouwen in de landbouw benaderd worden. De verhalen over wat hen wordt gevraagd of gezegd zijn pijnlijk herkenbaar. Of dit wel hun hoofdberoep is. Wat ze 'nog doen naast de boerderij'. Suggesties dat bepaalde teelten 'beter geschikt' zouden zijn voor vrouwen omdat ze minder zwaar zijn. “Ik vraag me echt af of ze dat ook aan mannelijke boeren durven vragen of zeggen.”

it takes a village

Tegelijk ontstaat er iets anders wanneer vrouwen elkaar ontmoeten. Ruimte om hulp te vragen, maar ook om hulp te krijgen. “Het gaat niet alleen over durven vragen,” klinkt het. “Het gaat over de vraag of er ruimte is om uit te reiken.” De bekende uitspraak it takes a village to raise a child wordt hier moeiteloos doorgetrokken: voor een boerderij geldt hetzelfde.

Wanneer een boerin voorzaait voor een collega met jonge kinderen, verdwijnt concurrentie als leidend principe.

Community stopt bovendien niet bij deelnemers of klanten. Ze omvat ook collega-boeren. Wanneer een boerin voorzaait voor een collega met jonge kinderen, verdwijnt concurrentie als leidend principe. Dan loop je letterlijk mee met iemand op het stuk waar het lastig is.

Of zoals Heleen van 't Schaaphof het treffend samenvat: "Samenwerking is voor mij cruciaal, het grotere plaatje zien in plaats van alleen de grotere bloemkool."

"Samenwerking is voor mij cruciaal: het grotere plaatje zien in plaats van alleen de grotere bloemkool."

Koesteren wat niet in cijfers uit te drukken valt

Onderliggend speelt een bredere vraag: waar leren we dit eigenlijk? In opleidingen, theorieën en modellen domineren nog steeds mannelijke, vaak Europese stemmen. Verhalen van vrouwen ontbreken. Hoe kan sociale duurzaamheid dan doorstromen, laat staan economisch gewaardeerd worden? Duurzame landbouw kan niet gereduceerd worden tot een economisch model alleen.

Wat hier rond de tafel ontstaat, is geen pleidooi voor één type vrouwelijke ondernemer. “Dé boerin bestaat niet,” klinkt het expliciet. Het gaat om een continuüm, om verschillen die naast elkaar mogen bestaan. En die we moeten in kaart brengen en aandacht geven.

Meer nog - dat gevoel van vermoeidheid soms, van tegen de stroom inzwemmen, dat is iets wat boeren en boerinnen verbindt. De stroom van waar onze economie naartoe gaat, steeds meer competitie, individualisme, een onbetaalde milieubelasting, overconsumptie, druk op de prijszetting, etc. dat gaat over ons allemaal.

Boerin Heleen met eigen gekweekte prei
Boerin Heleen met eigen gekweekte prei
© 't Schaaphof
 

"De spreeuwen en de bomen op de boerderij vertellen meer dan de prijs van de wortels." Het vraagt moed om dan ook datgene te blijven koesteren wat niet netjes in cijfers past: hoop, verhalen, geschiedenis, toekomstdenken. Wat geef je door aan de volgende generatie? En hoe doe je dat zonder hen vooraf al af te schrikken?

Misschien zit daar wel de kern van wat het jaar van de boerin kan betekenen. Niet luider roepen om erkenning alleen, maar blijven benoemen dat landbouw pas toekomst heeft wanneer iedereen mee in de kringloop staat waarin gewerkt wordt. Wanneer diversiteit geen bedreiging is, maar een kracht. Wanneer je niet altijd de beste hoeft te zijn om goed te zijn.

“Weet je wat een verademing was?” zegt Heleen. “De dag dat ik van iemand leerde dat ik niet de beste boerin moet zijn. Ik ben ook niet dé beste boerin. Maar ik ben een heel goeie boerin. En dat is goed genoeg.”

 

 

Boerinnen Julie, Heleen, Corazon en Merel
Vlnr: boerinnen Merel, Corazon, Heleen en Julie

 

 

Meer weten

Landwijzer is lid van Voedsel Anders en leverde dit portret aan. Met portretten uit de agro-ecologische beweging toont Voedsel Anders wat mogelijk is. Je vindt alle portretten hier