Derde generatie boer: moderne technieken én beproefde praktijken van weleer

Artikel doelgroep
Publicatiedatum
Afbeelding
Afbeelding
Vader, grootvader, zoon en Bert Defruyt
Inleiding

Bert Defruyt heeft een gemengd bedrijf in Nieuwpoort, met groot aandeel akkerbouw en 1200 varkens. Daarnaast werkt hij als loonwerker. Hij nam in 2016 het bedrijf over van zijn ouders en zet sinds 2019 sterk in op niet-kerende bodembewerking. E dat houdt veel meer in dan alleen niet meer ploegen...!

Niet-kerende bodembewerking

Toen Bert in 2016 mee het bedrijf stapte werd er nog geploegd. "Het was zo normaal dat weinigen zich daar vragen bij stelden," vertelt hij. "In 2018 leerde ik via mijn stage bij een nuchtere, Nederlandse boer het belang kennen van gezonde, vruchtbare bodems en het bodemleven dat daarbij hoort." De vader van Bert wees ook op de kosten van ploegen en Bert leerde al snel om kritisch naar het werk op de akkers te kijken. "Je moet je afvragen waar je mee bezig bent en of dat vol te houden is, ook voor de volgende generaties."

Bert Defruyt
Bert Defruyt (© Groene Kring, Ilse Louwagie)

In 2019 werd een perceel niet geploegd en door de goede resultaten zetten Bert en zijn vader dit verder in 2020. De ploeg kwam niet meer op het land. Bert informeerde zich onder andere via B3W (begeleiding voor een betere bodem- en waterkwaliteit van VLM), Inagro en onafhankelijke adviseurs van Agro-Symbio. Zo kwam in 2022 de grotere ommekeer.

Bert: "De laatste 3 generaties zien we een grote evolutie. Mijn grootvader werkte met nog met paarden, deed aan onderzaai met klavers en paste mechanische onkruidbestrijding toe. Mijn vader zette kunstmest en pesticiden in – ook voor en na de teelt – en voerde zware bewerkingen uit op het veld. Dit had als gevolg dat het koolstofgehalte in de bodem zakte en het hardnekkige onkruid ‘duist’ opkwam. De slechte toestand van de bodem in Vlaanderen liegt er niet om; dit kan niet blijven duren. We moeten de goede dingen uit de generatie van mijn grootvader integreren in onze landbouw vandaag."

 

Machine voor niet-kerende bodembewerking in zonnebloem veld
Niet-kerende bodembewerking ​​- © Bert Defruyt

 

Niet-kerende bodembewerking is veel meer dan niet ploegen! Het is een totaalaanpak waarbij je de bodem ondiep bewerkt, onkruid zoveel mogelijk mechanisch wiedt,  kunstmeststof en pesticiden minimaliseert en de bodem zoveel mogelijk bedekt houdt met groenbemesters. Bert werkt met complexe mengsels van bodembedekkers en stelt deze zelf samen afhankelijk van de noden van het gewas of het seizoen.

Liefde voor machines

Bert had van jongs af aan al interesse in mechaniek en machines. Hij slaat geen enkele beurs over van Agro-Technica en vanaf zijn 20ste was Bert trouwe bezoeker van de SIMA beurs in Parijs. Daar sprak hij al met vele boeren en importeurs van machines, zoals Alfred Gastier uit Frankrijk die de direct-zaaimachine importeerde uit Zuid-Amerika en sprak over complexe mengsels van groenbedekkers.

"Met de juiste machines combineer je economie met ecologie."

- Bert Defruyt

Bert verslond de ‘farmbloggers’ op YouTube en maakte kennis met technieken uit Engeland, Amerika, Duitsland, Frankrijk - waar men al meer ervaring had met niet-kerende bodembewerking en werkt met aangepaste machines zoals de ‘Claydon’. "Met de juiste machines combineer je economie met ecologie," aldus Bert.

Claydon TerrastarZelf werkt Bert graag met de Claydon Opti-till voor het zaaien (ook van mengteelten) en de Claydon Terrastar voor de grondbewerking. De Opti-till is een hybridemachine met een breed arsenaal aan verschillende tanden waardoor je minder moet woelen. Je kan de diepte van de tanden afstellen op de noden van het gewas. Zo hebben bonen en bieten een diepere bewerking nodig dan bijvoorbeeld granen. De Terrastar is perfect om bedden in de zware kleigrond zaaiklaar te leggen in het voorjaar, of na de teelt voor de groenbemester.

"Directzaai waarbij je helemaal niet meer roert in de grond, is nog een stap verder." Maar daar is Vlaanderen volgens Bert nog niet klaar voor. "Dat vraagt een zeer goede, gezonde bodem die al jarenlang regeneratief of agro-ecologisch bewerkt is en waarbij je de juiste teeltafwisseling kan toepassen."

investeren en inspireren

Omdat de aankoop van nieuwe machines een hele investering is, zet Bert deze machines graag in via zijn loonwerk. Zo maakt hij de aankoop rendabel. Hij kocht in 2023 de Claydon machine en ondersteunt daarmee collega-boeren: niet alleen door de juiste technieken toe te passen, maar ook door uit te wisselen over zijn ervaringen en successen. Leren van elkaar is ook in de boerenstiel van groot belang.

"Naast een betere gezondheid en draagkracht van de bodem, besparen we ook op brandstof. Ons verbruik is met ongeveer 60% gedaald."

- Bert Defruyt

Vlas"Sommige investeringen moet je zien op de lange termijn," licht Bert toe. "Gelukkig ondervind je al voordelen op korte termijn, zoals een betere gezondheid en draagkracht van de bodem. Je machines zakken niet weg en je kan bijgevolg vroeger zaaien. Je bespaart op je fytofactuur en ook heel wat op brandstof, want je moet niet ploegen, niet rotoreggen, en minder of niet met de cultivator door je veld. Waar we vroeger gemakkelijk zeven keer de akker bewerkten, is dat nu gemiddeld een tweetal keren. Ons brandstofverbruik is met ongeveer 60% gedaald. En bovendien spaar je een pak arbeidsuren."

Bert heeft zijn pesticidengebruik ook flink kunnen afbouwen en ervaart dat de grond zeer goed het water vasthoudt, zodat hij in drogere periodes niet moet beregenen. Hij had vorig jaar een zeer mooie opbrengst van zijn vlas.

 

symptoombestrijding of de bron van het probleem aanpakken

De overheid begrijpt nog niet dat je onderscheid moet maken tussen gezonde en niet-gezonde bodems. Beide werken heel anders en de regelgeving zou zich daarop moeten afstellen. Bert: "Mijn bodem bevat veel organische stof en houdt dus veel nutriënten vast. Als men in oktober stalen neemt om het nitraatgehalte te bepalen, is dat altijd te hoog. Begin vorig najaar was dat 130 eenheden, waar de norm 70 eenheden bedraagt. Maar mijn velden staan tot half november groen door de groenbemesters en daardoor was tegen die tijd het nitraatgehalte verminderd tot 30 eenheden. De groenbemesters hebben immers de stikstof uit nitraat nodig. Bovendien spoelen de residu’s niet weg, dankzij het hoge organisch koolstofgehalte, en is het nitraatgehalte in mijn bodem dus nauwelijks een probleem."

Bodem onderzoekenEen bijkomend obstakel is dat je via de mestwetgeving amper organische fractie mag toevoegen, zodat de residu’s in je bodem zich niet kunnen binden en sneller uitspoelen. De overheid gaat teveel uit van een symptoombestrijding in plaats van het probleem bij de bron aan te pakken.

"Er is geen enkele regelgeving die de opbouw van goede grond stimuleert of beloont," verzucht Bert. "Als je een gezonde bodem hebt, zou het ideaal zijn om in september mest op te voeren op je groenbemester. Dit komt de groenbemester en de bodem en dus ook de volgende gewassen ten goede. Maar volgens de regelgeving moet je de mest inwerken in de bodem. Dat is voor mij niet realistisch, dan maak ik mijn groenbemesters tussen mijn rijen kapot. Je moet dus altijd zoeken naar tussenoplossingen, en die zijn noch voor mijn bedrijf noch voor de bodemgezondheid optimaal."

"Je moet altijd zoeken naar tussenoplossingen - die zijn noch voor mijn bedrijf noch voor de bodemgezondheid optimaal."

- Bert Defruyt

Ook de milieubeweging begrijpt volgens Bert niet genoeg van de praktijk. Die richt zich te eenzijdig op de emissies en is daarom voorstander van het injecteren van mest. Er is echter een groot onderscheid tussen goede mest en rotte mest. Het injecteren van rotte mest is nefast voor het bodemleven, voor de gewassen en bijgevolg ook voor de mens.

Bert is zeker voorstander van meer uitwisseling met het beleid en regelgevende instanties. Hij hoopt ook dat resultaten van Topmest, van Peter van Hoof - die meetbaar en aantoonbaar maken hoe je goede van rotte mest kan onderscheiden - worden meengenomen door de overheid.

"Toch zonde dat zoveel overheidsgeld gaat naar eenzijdige oplossingen, naar symptoombestrijding in plaats van de bron van het probleem."

- Bert Defruyt

Ook voor zijn varkens is Bert op zoek naar brongerichte oplossingen. Hij zou zijn varkens graag op stro houden met voldoende individuele ruimte, in een open stal. Dan botst hij op de PAS wetgeving die enkel inzet op dure technische maatregelen zoals luchtwassers - ook weer symptoombestrijding. Bert wil juist aan de bron werken door de urine te scheiden van de vaste fractie, waardoor je veel problemen voorkomt. "Het is toch zonde dat zoveel overheidsgeld [65% van de kostprijs van die dure stallen] naar eenzijdige oplossingen gaan die alleen de symptomen aanpakken en ons wegleiden van het echte probleem," vindt hij.

kritisch blijven

Wat zou Bert adviseren aan collega-boeren die ook de transitie willen inzetten? "Het belangrijkste is eerst stilstaan en kritisch nadenken: wat ben ik hier eigenlijk aan het doen?" raadt hij aan. "Zo zag ik een boer in mijn buurt die na het rooien van suikerbieten toch nog ploegde, hoewel er amper schade was aan de bodem, met als gevolg zware betonblokken die boven komen. Opa’s paard zou dat nooit getrokken hebben. Waarom nu dan wel doen?"

Naast kritisch blijven en uitwisselen met collega’s, raadt hij ook aan je te laten bijstaan door proefcentra, zoals Inagro of door B3W enz. "En vooral je niks aantrekken van wat de buren zeggen! Kijk naar Jos De Potter, een grote pionier die radicaal het roer omgooide. Fouten maken hoort daar onvermijdelijk bij. Maar daar leer je juist uit! En als collega-boer zie je snel wat lukt of wat tegenslaat. Maar je moet je dus ook boven de oordelen van anderen kunnen zetten."

6 principes van regeneratieve landbouw

 

Meer weten

Lees hier over het bezoek aan het bedrijf van Bert i.k.v. het lerend netwerk 'Jonge Boeren, levende grond' van Groene Kring, Voedsel Anders en ILVO.

Met portretten uit de agro-ecologische beweging toont Voedsel Anders wat mogelijk is. Je vindt alle portretten hier