Graslanden, de oplossing voor kievit, koe én boer

Artikel doelgroep
Publicatiedatum
Afbeelding
Afbeelding
Biologische melkkoeien bij Maarten Cerpentier - foto: Sophie Nuytten
Inleiding

Naar aanleiding van de stikstofcrisis kropen enkele beleidsmedewerkers van Voedsel Anders in hun pen. In ons opiniestuk, dat vandaag (22/10) in de Standaard verschenen is, roepen we op om waardevolle graslanden niet verloren te laten gaan en de stikstofcrisis aan te pakken met een holistische blik waarin alle uitdagingen waar onze samenleving en de landbouw voor staan worden meegenomen.

Het dreigt stil te worden op het platteland. Binnenkort horen we misschien alleen nog luchtwassers en vracht­wagens met veevoeder of vetgemeste dieren die voorbijdenderen. Tenminste, als de voorstellen die emeritus hoogleraar landbouwbeleid Wannes Keulemans in De Morgen deed en degene die in de stikstofscenario’s staan (DS 19 oktober) werkelijkheid worden. Als Vlaanderen beslist om te knippen in de veestapel om de stikstofuitstoot te reduceren, kan er volgens Keulemans 80.000 hectare grond vrijkomen voor eventuele natuur. Dat is grond in de vorm van akkers die landbouwers gebruiken voor veevoederproductie, maar helaas ook in de vorm van grasland. De overgebleven dieren stapelen we in luchtdichte stallen, met steun van de overheid.

De verkokerde boekhoudersmentaliteit die het probleem mee heeft veroorzaakt, wordt nu weer ingezet om het op te lossen. Neem de afschaffing van het melkquotum in 2015: doordat de productiebeperkingen wegvielen en er een verhoogde vraag naar melkpoeder kwam vanuit China, investeerden veel boeren in extra melkkoeien. Voor het extra rendement lieten ze de koeien op stal: krachtvoeders (zoals soja­ of maïs) voor een maximale melkproductie groeien niet op een weide.

Dat was booming business voor de bouwers van melkrobots en stallen. Tegelijk betekende het de teloorgang van de weidelandschappen, die van kruidenrijk grasland naar turbograslanden omgezet werden. Per eenheid melk behoren we nu tot de minst vervuilende producenten. Maar ondertussen blijven steeds meer koeien op stal, zijn veel grachten en laantjes verdwenen, stroomt het hemelwater direct naar de beek, zoekt de kievit naar een nieuwe stek en schreeuwt de boer om een betere prijs voor zijn melk.

"Deze stikstofcrisis biedt de kans om vanuit een holistische kijk op voedselproductie een nieuwe weg in te slaan. We kunnen inzetten op een lokaal gesloten stikstofketen in harmonie met de omge­ving: via kringloopboeren."

 

Kakelende vleesfabrieken

Dat we de veestapel moeten aanpakken, is evident. Maar met welk perspectief? Volstaat het om compensaties te leveren om boeren uit te kopen of om hen te helpen nieuwe investeringen te doen? Kiezen we voor een model waarbij stikstof in sojavorm wordt aangesleurd uit de Braziliaanse cerrado, om via Rotterdam en Roeselare in trucks tot in de uithoeken van het platteland te belanden bij luchtdicht opgehokte varkens en kippen? Om daarna de karkassen te verslepen naar Polen of Duitsland en hier te zoeken hoe we het stikstofoverschot zo goedkoop moge­lijk kunnen wegmoffelen?

De voorstellen gaan sterk uit van eco-efficiëntie, waarbij enkele welgekozen parameters de doeltreffendheid van onze productie moeten aantonen. De megastallen voor pluimvee, die met steun van de veevoederindustrie worden gebouwd, zijn daar een uitwas van. Steeds vaker gaat de aanvraag voor een vergunning voor zo’n stal gepaard met de aanvraag van het Belplume-label. Dat is een label voor hyperefficiënte productie, waarbij plofkippen niet meer ruimte krijgen dan een emmer, met 21 dieren per vierkante meter. Willen­ we landbouw verengen tot een efficiëntie-oefening om kakelende vleesfabrieken op te kweken? Zien onze­ boeren het nog zitten om hun bedrijf om te vormen tot een industrieel vetmeststation? Of doen ze het uit noodzaak, onder druk van de banken en de afnemers, en met steun van de overheid?

'Dat runderen weiden begrazen, leidt tot een lagere stikstofuitstoot, omdat urine en vaste mest veelal apart op het land komen en dus minder ammoniak vormen.'

 

Migratieroute voor beestjes

De Vlaamse overheid zoekt ondertussen naar landschapsparken met een streekidentiteit, moerassen en graslanden om het watersysteem te herstellen, schone waterlopen, gezonde bossen en recreatieve meerwaarde voor de verstedelijkte menigte en erken­ning voor onze landbouw­producten.

Helaas kijkt ze de andere kant op als de oplossingen zich aandienen: landschappen met een dubbel doel. De graslanden waarop runderen grazen zijn Europees beschermd vanwege hun waarde in het ecosysteem. Niet alleen­ wonen er veel vogels en planten, ze houden ook koolstof vast, bergen wateren en vormen een migratieroute voor heel wat beestjes. Dat runderen weiden begrazen, leidt tot een lagere stikstofuitstoot, omdat urine en vaste mest veelal apart op het land komen en dus minder ammoniak vormen.

Die meerlagige functie moeten we verder ontwikkelen. Want net zoals dubbeldoelkoeien melk én vlees geven, hebben dubbeldoellandschappen de kwaliteit om meer te geven dan verwacht. Een boomgaard kunnen we combineren met een kippenweide, een bos met een lokaal varkensras.

Deze crisis biedt de kans om vanuit een holistische kijk op voedselproductie een nieuwe weg in te slaan. We kunnen inzetten op een lokaal gesloten stikstofketen in harmonie met de omge­ving: via kringloopboeren. Een beproefd recept in de agro-ecologie, dat heel wat kosten vermijdt en waarvoor minder dieren nodig zijn. Kies voor lokale eiwitteelt voor menselijke consumptie en als krachtvoeder voor de sterk afgebouwde veestapel. Ga voor lokale rassen en pak uit met regionale producten. De inwoners kunnen de trotse ambassadeurs zijn voor de producent die hun buur is.

Dat model vermijdt veel schade aan de omgeving. En het levert een surplus op voor de maatschappij, zoals koolstofopslag, waterberging en een mooi landschap met dieren. Omdat deze manier van landbouw niet toelaat om industriële oppervlaktes te bewerken, zijn weer meer boeren op het veld nodig, die met kennis van zaken samenwerken met de natuur. Maar we hebben ook meer land nodig, toegankelijk voor de startende boeren. En een visie op landbouw op maat van de omgeving, die vertrekt vanuit alle functies die de landbouwer en de landbouw kunnen vervullen in een landschap.

Dit opiniestuk is eerder verschenen in de krant De Standaard. Met dank omdat we dit ook op onze website mochten publiceren.