Knollen als gemeengoed in een klimaat van privatisering

Artikel doelgroep
Publicatiedatum
Afbeelding
Afbeelding
Verschillende kleuren en vormen van Boliviaanse knollen
Inleiding

Al vijf jaar staat Lidia Paz Hidalgo mee in de frontlinie van de strijd voor voedselzekerheid en autonomie in Bolivia. Ze werkt als coördinator van de afdeling Voedselzekerheid en Autonomie van CENDA (Centro de Comunicación y Desarrollo Andino), een Boliviaanse ngo en partner van Broederlijk Delen en Solidagro. Vanuit die rol zet ze zich samen met inheemse en rurale gemeenschappen in voor het recht op voedsel en voor agro-ecologie in de Andes.

CENDA spant zich in om de Boliviaanse agrobiodiversiteit in stand te houden. Waarom is agrobiodiversiteit zo belangrijk?

Boliviaanse markt met knollen
Regionale bijeenkomst voor uitwisseling van zaaigoed in Tiquipaya, 11-12 juli 2025 © CENDA

Paz Hidalgo: "Zaden zijn cultureel erfgoed van alle volkeren. Ze vormen een gemeengoed en garanderen voedselzekerheid. Het behoud van onze agrobiodiversiteit is een garantie voor ons voortbestaan. Specifiek voor onze regio is er dankzij boerengemeenschappen zo’n grote diversiteit aan Andesknollen, zoals aardappel, oca, papalisa en isaño. Sommige rassen dreigen nu te verdwijnen door klimaatverandering, maar ook omdat de markt alleen maar interesse heeft in een beperkt aantal commerciële variëteiten."

"Rassen verdwijnen omdat de markt enkel commerciële variëteiten wil." - Lidia Paz Hidalgo (CENDA)

Bolivia is lid van UPOV, de internationale unie die landbouwers verplicht hun zaden te registreren en die de uitwisseling van zaden controleert. Hoe staan jullie daar tegenover?

Paz Hidalgo: "UPOV zou zijn opgericht om de productie te verbeteren. In feite leidt het tot de standaardisering en privatisering van zaden. Vooral multinationals zijn bij de regelgeving betrokken. Inheemse en boerengemeenschappen zijn nooit geraadpleegd om lid te worden van UPOV.

Er is onderzoek nodig voor je een zaadvariëteit volgens UPOV kan registreren. Het zaad moet bijvoorbeeld genoeg verschillen van andere variëteiten en anderzijds onderling heel uniform zijn. Het vergt wetenschappelijk onderzoek dat boeren zelden kunnen voeren. Bedrijven kunnen dat onderzoek echter wel betalen en zo eigenaar worden van de zaden. Als je zaden gebruikt die niet geregistreerd zijn, kan je een strenge sanctie of boete krijgen. Het is voor veel veredelaars en boeren echter iets wat ze van vorige generaties geërfd hebben, iets wat ze willen verzorgen en onderhouden en dat de garantie biedt op voedselzekerheid."

Sommige mensen beweren dat de kwaliteit van boerenzaden te wensen overlaat en dat de regels die voortkomen uit UPOV daar een oplossing voor zijn. 

Paz Hidalgo: "Dat is ook het argument van INIAF, het Nationaal Instituut voor Landbouw-, Veeteelt- en Bosbouwinnovatie, dat in Bolivia bevoegd is voor zaden. INIAF beweert met registratie, certificatie en controle de verspreiding van plantenziekten te willen voorkomen. Dat is een zeer eenzijdige benadering van het agrarisch ecosysteem. Om de verspreiding van plantenziekten te vermijden, moet je breder kijken dan het zaad en vertrekken van een systeembenadering. Zaad groeit in de bodem en het gewas staat in interactie met het omringende ecosysteem. Onze gemeenschappen hebben daar veel kennis over, maar INIAF negeert dat.

"Om de verspreiding van plantenziekten te vermijden, moet je breder kijken dan het zaad. Zaad groeit in de bodem en het gewas staat in interactie met het omringende ecosysteem." - Lidia Paz Hidalgo (CENDA)

Lidia Paz Hidalgo
Lidia Paz Hidalgo, coördinator bij CENDA (© CENDA)

Als boeren de knollen niet registreren, dreigen ze in handen te komen van veredelingsbedrijven die daarvoor wél de middelen hebben. Hoe proberen jullie dat te vermijden?

Paz Hidalgo: "Onze overheid doet niets voor de rijkdom aan inheemse aardappelrassen. Ze zetten volop in op een beperkt aantal rassen die vooral hoge opbrengsten halen, maar ook erg ziektegevoelig zijn. Daarom zijn we eind 2015 begonnen in de gemeente Cocapata om een eigen register (Registro Comunitario de Semillas) op te stellen met foto’s en beschrijvingen van alle knolvariëteiten van de lokale Andesknollen.

We wilden de enorme diversiteit vastleggen en opkomen voor deze rijkdom als collectief erfgoed - niet het eigendom van één gemeenschap, laat staan één persoon of bedrijf. Zo hopen we de soortenrijkdom te beschermen en te vermijden dat een bedrijf knollen op zijn naam zet. Immers: alle rassen die niet geregistreerd zijn, bestaan officieel niet en kunnen opeens geregistreerd worden door een bedrijf dat er brood in ziet.

"Deze rijkdom aan Andesknollen is geen bezit van één gemeenschap, laat staan van één persoon of bedrijf." - Lidia Paz Hidalgo (CENDA)

Aan het register ging een lang proces van informeren, bewustwording en discussie vooraf. Ook praktisch was het niet vanzelfsprekend, bijvoorbeeld omdat variëteiten soms twee of drie keer onder een andere naam beschreven stonden, omdat de gemeenschappen drie talen spreken. Na bijna tien jaar was deze versie van het gemeenschapsregister afgerond. Wat niet wil zeggen dat het werk af is: er zijn nog veel meer soorten om op te nemen."

Boliviaanse markt met knollen
Bijeenkomst voor het uitwisselen van zaaigoed in Llallagua, 10 mei 2025 © CENDA

 

Wordt het Registro Comunitario de Semillas erkend door de nationale overheid?

Paz Hidalgo: "Het register is geregistreerd bij een notaris en erkend door de gemeenschappen die eraan gewerkt hebben, maar de Boliviaanse overheid reageerde nog niet. Het is natuurlijk een lokaal initiatief en we vermijden om ons op nationaal niveau uit te spreken over UPOV. Dat zou te delicaat zijn. 

Wel heeft ons register de interesse gewekt van gemeenteraadslid Samanta Siles. Zij nam, samen met vertegenwoordigers van boerenorganisaties, technische experts en juristen, het initiatief om de bescherming van onze variëteiten in een lokale wet te verankeren.

Deze gemeentelijke wet erkent dat de variëteiten uit het gemeenschapsregister behoren tot het collectieve erfgoed van en voor mensen. Met andere woorden, niemand kan een variëteit die in het gemeenschapsregister staat nog in eigen naam laten registreren. Ook patenten zijn verboden onder de nieuwe wet - zelfs voor medicinale producten die afgeleid zijn van onze biodiversiteit. Die kennis is al duizenden jaren oud. Met welk recht zou iemand daar een patent op mogen nemen?

En dat is niet alles. Tot nu bood de gemeente bij verliezen door vorst of hagel hulp aan de gemeenschappen met gecertificeerd zaad en bijhorende pesticiden. Ze waren daartoe verplicht door de Boliviaanse overheid. Dankzij de nieuwe wet zal het voor gemeenteambtenaren eenvoudiger zijn om onze inheemse variëteiten aan te bieden."

Tijdens de Biodiversiteitstop in 2024 werd besloten om het Cali-fonds op te richten. Bedrijven die genetische informatie uit de natuur gebruiken om hun producten te ontwikkelen kunnen vrijwillig 1% van de omzet of 0,1% van de winst die ze daarmee genereren, doneren aan dit fonds. Dit geld zou dienen als compensatie voor landen die veel genetische informatie in hun natuur hebben en om lokale inheemse gemeenschappen te ondersteunen. Vind je dat een goede oplossing? 

Boliviaanse boer in traditionele kledij met knollen

Bijeenkomst voor het uitwisselen van zaaigoed in Llallagua, 10 mei 2025 © CENDA

Paz Hidalgo: "Nee. Geen enkel fonds zal ooit volstaan want ons zaadgoed is een gemeenschappelijk goed. De oprichting van het Cali-fonds is een belediging voor de volkeren en onze voorouders die eeuwenlang voor onze biodiversiteit hebben gezorgd. Het is een valse maatregel die bedrijven een excuus geeft om onze biodiversiteit nog meer als koopwaar te behandelen. 

Sommigen zijn van mening dat we beter onze kennis over onze genetische rijkdommen zouden afschermen. Ik denk soms dat ze het bij het rechte eind hebben."

 

 

"De oprichting van het Cali-fonds is een belediging voor de volkeren en onze voorouders die eeuwenlang voor onze biodiversiteit hebben gezorgd." - Lidia Paz Hidalgo (CENDA)

In de praktijk gebeurt net het omgekeerde van het afschermen van de rijkdom. In 2024 deed de Boliviaanse Universiteit van Chuquisaca een bijdrage van maïs- en bonenvariëteiten aan de Noorse Svalbard Global Seed Vault, de wereldzaadbank. Bolivia wil zo een back-up van deze zaden voor moest zich een ramp voordoen.  

Paz Hidalgo: "Het zijn de boerengemeenschappen die eeuwenlang gezorgd hebben voor onze enorme diversiteit aan gewassen maar ze hebben daar nooit erkenning voor gekregen. En dan is er plots een heleboel ophef over Bolivia die onze boerenzaden naar een genenbank ver weg, ergens in Europa, stuurt. Waarom wordt zoveel moeite gedaan voor ex situ bewaring, maar krijgen boeren die al zo lang werken aan in situ conservatie geen steun? Zal een Boliviaanse boer zijn eigen veredeld zaad terugkrijgen wanneer hij het kwijtraakt door vorst, hagel of een ander klimatologisch fenomeen? Ik betwijfel dat!"

 

 

Meer weten: website van CENDA (Spaanstalig) 

Solidagro en Broederlijk Delen zijn lid van Voedsel Anders en leverden dit portret aan. Met portretten uit de agro-ecologische beweging toont Voedsel Anders wat mogelijk is. Je vindt alle portretten hier