Inkomen genereren door mee te bouwen aan een aantrekkelijk en gezond landschap, daar pleit Voedsel Anders voor. We legden dit idee voor aan Kurt Sannen, biovleesveehouder van natuurboerderij Het Bolhuis bij Diest.

In haar eisenbundel vraagt Voedsel Anders aan de Vlaamse overheid dat boeren niet enkel betaald worden voor het voedsel dat ze produceren maar ook voor de ecosysteemdiensten die ze leveren: “Zet het Europees landbouwgeld in voor gebiedsgerichte landschapsmaatregelen en zorg ervoor dat boeren ‘landschapslandbouw’ als een nieuw verdienmodel zien.” Een goed beheerd landschap levert meerdere ecosysteemdiensten: naast voedselproductie ook klimaatregulatie, bestuiving, bescherming tegen overstromingen, luchtzuivering, groene ruimte voor recreatie, en nog zoveel meer.

Boeren met robuuste rassen

 “Al die ecosysteemdiensten leveren wij gratis”, zegt Kurt Sannen, “of in het beste geval krijgen we een schamele onkostenvergoeding.” Kurt houdt zestig Kempische roodbontkoeien, een lokaal dubbeldoelras. Daarnaast houdt hij tussen de 100 en de 150 schapen. Hoeveel het er precies zijn, weet hij niet. “Ik val altijd in slaap als ik die begin te tellen”, lacht hij. De schapen zijn Ardense voskoppen, ook een lokaal ras met hoge weerstand. Die zijn goed bestand tegen moeilijke leefomstandigheden.

Al die ecosysteemdiensten leveren wij gratis, of in het beste geval krijgen we een schamele onkostenvergoeding.

En dat is noodzakelijk. “Een belangrijke tak in ons bedrijf betreft het natuurbeheer”, legt Kurt uit. De dieren grazen van april tot november op meer dan honderd ha natuurreservaten van Natuurpunt en ANB. “Ik produceer niet alleen vlees maar ook natuur”, benadrukt hij. Die samenwerking is interessant voor Kurt omdat hij de grond niet hoeft te pachten. Maar er zijn ook veel beperkingen. Kurt: “Het aantal dieren moet beperkt blijven, ze mogen enkel grazen tijdens welbepaalde periodes en ik mag het grasland niet bemesten. Het toegelaten maaitijdstip is vanuit landbouwkundig oogpunt eigenlijk te laat waardoor de voederwaarde van het maaisel beperkt is, soms is die zelfs onbestaande.”

“Dat verdient een beloning!”

 Kurt verkoopt al het vlees via de korte keten: via thuisverkoop of biowinkels en ook via de lokale Buurderij. Hij vult zijn inkomen verder aan met hoevetoerisme. Daarnaast heeft hij ook recht op sommige premies uit het GLB (Gemeenschappelijk Landbouw Beleid), zoals de biologische hectarepremie, de premies verbonden aan bepaalde beheerovereenkomsten en de subsidie ‘genetische diversiteit’ voor zijn schapen en koeien. De zoogkoeienpremie, die nochtans bedoeld is voor de vleesveesector, krijgt hij niet. Zijn Kempisch roodbont staat vreemd genoeg niet op de lijst van de hiervoor in aanmerking komende vleesveerassen.

Ik ben bereid een langetermijnovereenkomst met de overheid aan te gaan.

Alles opgeteld, leidt dit wel tot een voldoende omzet en een leefbaar bedrijf, maar Kurt kan helaas niet in termen van een aantrekkelijk inkomen spreken. “Op vlak van arbeidsinkomen zit ik bij de betere vleesveehouders in Vlaanderen”, stelt hij. “De malaise in de vleesveehouderij is groter dan elders in de landbouw. Daarom zijn er nieuwe verdienmodellen nodig. Als boer kunnen we tenslotte aan een mooier landschap bouwen. Dat verdient toch een beloning? Momenteel gebeurt dit al een beetje via de beheerovereenkomsten, maar dat is lang niet voldoende. Boeren kunnen helpen aan koolstofcaptatie, waterbeheer, bestuiving, zorg voor het landschap, houtopbrengst, noem maar op. Ik zorg voor overstromingsgebieden, maar word daar niet voor vergoed. In mijn valleien is er veenvorming waardoor meer koolstof wordt gecapteerd. Ik werk grondgebonden en daardoor zorg ik ervoor dat de milieukosten dalen. Allemaal gratis!”

Van beheerovereenkomst tot raamcontract

De bestaande beheerovereenkomsten zijn vaak een bron van ergernis voor boeren zoals Kurt. Die vergoedingen zijn gebaseerd op de geschatte onkosten en de gederfde inkomsten. “Belachelijk laag en ze brengen een hoop administratieve rompslomp met zich mee”, meent Kurt. “De voorwaarden zijn vaak pietluttig en detaillistisch, bovendien wijzigen ze te vaak. En een boer denkt nu wel twee keer na vooraleer hij een poel aanlegt of een haag aanplant. Eens die er staat, mag je die immers niet zomaar wegdoen.”

Voedsel Anders is boervriendelijk: boeren worden niet gedwongen om te groeien en collega’s weg te concurreren.

Kurt ziet veel meer mogelijkheden in een breed raamcontract. “Ik ben bereid een langetermijnovereenkomst met de overheid aan te gaan." Daarbij garandeer ik dat ik alles in het werk zet om het water te bergen, de lucht en het water te zuiveren, ik beloof dat ik werk maak van veel biodiversiteit, en dat het hier aangenaam wandelen is. Stel een contract op met al deze resultaatsverbintenissen, en baseer die op een uitgewerkte gebiedsvisie. Maar geef mij vervolgens de ruimte en de vrijheid om dit in te vullen en vooral, zorg voor een volwaardige vergoeding.”

Boeren over de streep trekken

“Als een bedrijfsmodel zich bewijst, zal er beweging komen. Nu worden boeren gestimuleerd om te groeien en steeds meer dieren te houden. Wie dat niet doet, moet vroeg of laat stoppen. De visie van Voedsel Anders is boervriendelijk: boeren worden niet gedwongen om te groeien en collega’s weg te concurreren. Ze kunnen extra inkomen genereren door landschapsbouwer te zijn. En zo hebben alle boeren het recht om te blijven boeren”.

Dit portret is afkomstig van BioForum Vlaanderen, een van de partnerorganisaties van Voedsel Anders. Meer info over Kurt en het Bolhuis op www.bolhuis.be.

Dit portret is een illustratie van het derde principe “Vergoed boeren zodat ze kunnen bouwen aan een veerkrachtig, afwisselend en natuurrijk landschap” uit de GLB eisenbundel van Voedsel Anders “Vijf principes voor een Vlaams strategisch landbouwplan”.

Foto: Annelijn Steenbruggen voor BioForum Vlaanderen

Groeiende beweging voor agro-ecologie

Volg Voedsel Anders Vlaanderen: 

Met de steun van:Logo steun Vlaanderen